De vrijheid om te discrimineren? Een rechtsvergelijkende en rechtsfilosofische analyse van antidiscriminatiewetgeving in België en Nederland.

Stéphane Heusequin
In deze thesis wordt het Belgische en Nederlandse discriminatierecht vanuit een progressief-liberale invalshoek geanalyseerd en bekritiseerd. De auteur pleit voor een restrictieve invulling van het discriminatiebegrip, met 'menselijke waardigheid' en 'vrijheid' als onderliggende grondslagen.

Hebben mensen de vrijheid om te discrimineren?

Slechts weinig mensen die opkomen voor de vrijheid om te discrimineren worden op een warm applaus onthaald in intellectuele kringen. Discriminatie is geen handeling waarmee je jezelf op de borst klopt. Toch doen we er goed aan om de rol van het discriminatierecht bij voorkeur bescheiden te houden. Discriminatie is zelden immoreel en veelal perfect rationeel. En zelfs wanneer het irrationeel is, behouden mensen het recht om ook domme keuzes te maken. Of zoals Jan Mulder zou zeggen: ‘Een beetje dom is ook wel lekker.’

Discriminerende brillenverkopers

Er was eens een ondernemende brillenverkoper genaamd Jan. Net zoals alle andere brillenverkopers in de buurt, wou Jan een hogere omzet halen. Op basis van pientere empirische beschouwingen, kwam Jan tot de bevinding dat oude mensen vaker een bril nodig hebben dan jonge mensen. Dit bracht hem tot het volgende lumineuze idee: klanten een korting geven in functie van hun leeftijd. Was je 30 jaar oud kreeg je 30% korting, was je 50 jaar oud kreeg je 50% korting enzoverder. Niet iedereen was hier echter even gelukkig mee. Veel mensen vonden het manifest oneerlijk dat oudere mensen meer korting kregen dan zij. Concurrent Charles vond dat deze mensen wel een punt hadden en stapte naar de rechter. Deze gaf Charles gelijk en oordeelde dat Jan zich schuldig maakte aan verboden leeftijdsdiscriminatie. Sindsdien krijgt geen enkele klant onder de pensioenleeftijd nog korting. Niemand werd gelukkiger, behalve Charles.

Discriminatie en onderscheid: what’s in a name?

Had de rechter het bij het juiste eind om Jan te veroordelen voor discriminatie? Taalkundig gezien kan je uiteraard niet ontkennen dat Jan discrimineerde. ‘Discrimineren’ is immers niet meer dan ‘onderscheiden’, wat voor velen onder ons een dagdagelijkse bezigheid is. We discrimineren op grond van uiterlijk wanneer we naar links of rechts swipen op Tinder, we discrimineren op grond van persoonlijkheid bij de keuze van onze vrienden en we discrimineren op grond van intelligentie bij het uitreiken van diploma’s. In het recht heeft het discriminatiebegrip echter een negatieve lading. Wanneer bepaalde particulieren (zoals werkgevers en verkopers) een onderscheid maken op grond van een beschermd kenmerk (geslacht, huidskleur, leeftijd, etc.), dan is er veelal slechts sprake van discriminatie wanneer dit onderscheid ‘ongerechtvaardigd’ is.

Wat is het punt van discriminatierecht?

De brillenverkoper diende dus goede redenen aan te geven waarom het gemaakte onderscheid volgens hem wél verantwoord was. Het is net hier dat het Ideologyschoentje wringt: het recht reikt geen heldere criteria aan op basis waarvan deze rechtvaardigingsvraag moet plaatsvinden. Het bevat wel enkele neutrale criteria die rechters in staat stellen om tot een zekere belangenafweging over te gaan (zo moet het onderscheid een ‘legitiem doel’ nastreven, ‘noodzakelijk’ en ‘proportioneel’ zijn), maar inhoudelijk brengen ze weinig bij. Er ontbreekt een duidelijke onderliggende grondslag van een discriminatieverbod. Anders gesteld: het is helemaal niet duidelijk welk kwaad discriminatierecht precies tracht te bestrijden. Legt het particulieren een plicht op om ‘rationeel’ te handelen? Of gaat het om een toepassing van het gelijkheidsbeginsel, dat de ‘gelijke behandeling van gelijke gevallen’ voorschrijft? En zo ja: wie zijn de ‘gelijke gevallen’ en in welk opzicht moeten ze precies gelijk behandeld worden? Gaat het om gelijke kansen, gelijke waardigheid of gelijke vrijheid? Afhankelijk van het perspectief dat je verkiest, kan je de brillenverkoper wel of niet veroordelen. Net zoals de liefde, is discriminatierecht bedrijven in grote mate ‘op gevoel’, met nu en dan onverwachte uitkomsten. Het gemis van een duidelijke grondslag veroorzaakt niet enkel rechtsonzekerheid, maar leidt bovendien tot het gevaar dat het discriminatiebegrip veel te ruim wordt opgevat. Als we allemaal nu en dan eens ‘gediscrimineerd’ worden, dreigt werkelijke discriminatie compleet gebagatelliseerd te worden.

Een alternatieve benadering

Een alternatieve benadering dringt zich op. Vanuit een progressief liberaal perspectief, geïnspireerd door denkers zoals de Amerikaanse filosoof John Rawls, stel ik daarom voor om het label ‘discriminatie’ te beperken tot die vormen van ongelijke behandeling die zijn ingegeven door vooroordelen. Een ‘vooroordeel’ is het geloof in de minderwaardigheid van een bepaalde groep mensen op grond van kenmerken die vanuit moreel oogpunt irrelevant zijn (‘zwarten zijn apen’, ‘homo’s zijn vies’). Discriminatie komt in dit geval neer op dehumanisering – bepaalde categorieën van mensen degraderen tot iets ‘lager’ dan een mens – wat de daad van discriminatie op zichzelf immoreel maakt. Een discriminatieverbod is dan simpelweg een toepassing van het recht op menselijke waardigheid. In deze benadering zullen slechts weinig vormen van ongelijke behandeling als discriminatie doorgaan. De brillenverkoper had geen enkel kwaadaardig vooroordeel tegenover jonge mensen, dus hij discrimineerde niet.

Uiteraard zijn er heel wat gevallen van ongelijke behandeling die op zichzelf niet immoreel zijn, maar die wel degelijk problematische gevolgen kunnen hebben. Een werkgever die de voorkeur geeft aan een jonge mannelijke werknemer, gelooft niet per se dat vrouwen minderwaardig zijn. Zijn keuze kan ingegeven zijn door het (accurate) stereotype dat vrouwen vaak kinderen krijgen rond een bepaalde leeftijd, wat financiële kosten met zich meebrengt (zoals een tijdelijke vervanger zoeken en opleiden). Ondernemingen hebben het recht om kosten te drukken, maar toch kunnen deze vormen van onderscheid bijzonder problematisch zijn wanneer een heleboel werkgevers van diezelfde stereotypen gebruikmaken. Hierdoor dreigt de groep vrouwen immers significant benadeeld te worden ten opzichte van de groep mannen. Een correctie dringt zich in dat geval op, maar een dergelijk verbod moet vanuit een heel andere logica benaderd worden. Het verbod dient dan niet om individueel immoreel gedrag te veroordelen, maar wel om een grotere gelijkheid tussen groepen te bekomen. Niet omwille van de gelijkheid op zich, maar wel omwille van de vrijheid van individuen. Het ‘lidmaatschap’ van een bepaalde groep mag immers niemand zijn kansen op zelfontplooiing ontnemen.

Conclusie

Lady JusticeOnder het huidige discriminatierecht mag je geen willekeurige leeftijdskortingen toekennen, mogen verzekeringsmaatschappijen geen hogere premies aan mannen opleggen en zijn zelfs evenementen zoals Ladies at the movies juridisch gezien heel moeilijk te rechtvaardigen. Willen we discriminatie serieus nemen, doen we er goed aan om discriminatierecht niet tot een gelijkheidsfetisj te herleiden. Geen gelijkheid, maar wel gelijke waardigheid en voldoende vrijheid voor iedereen: dát is een rechtvaardige samenleving.

Bibliografie

Parlementaire stukken

  • Parl. St. Senaat 1999-2000, 2-12/1.
  • Parl. St. Senaat, 1999-2000, 2-12/5.
  • Parl. St. Senaat, 1999-2000, 2-12/10.
  • Parl. St. Senaat, 1999-2000, 2-12/15.
  • Verslag LIBERT, Parl. St. Kamer 2006-07, nr. 2720/009.
  • M.v.T. bij het wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, Parl. St. Kamer 2006-07, nr. 2722/001.
  • M.v.T. bij het wetsontwerp ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, Parl. St. Kamer 2013-14, nr. 3297/001.
  • Vr. en Antw. Kamer, 7 december 2016, nr. 54/098, 385 (Vr. nr. 417 Catherine Fonck).

Materiële wetgeving

België

  • KB 8 februari 1979 tot vaststelling van de gevallen waarin melding kan worden gemaakt van het geslacht in de toegangsvoorwaarden van een betrekking of een beroepsactiviteit, B.S. 16 februari 1979.
  • Wet 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden, B.S. 8 augustus 1981.
  • K.B. van 14 juli 1987 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de privésector, B.S. 26 augustus 1987.
  • Bijzondere Wet 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, B.S. 7 januari 1989, gewijzigd door de Bijzondere Wet 21 februari 2010 tot aanpassing van verschillende bepalingen aan de benaming "Grondwettelijk Hof", B.S. 26 februari 2010.
  • Wet 5 juni 2002 betreffende het non-discriminatiebeginsel ten voordele van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, B.S. 26 juni 2002.
  • Wet 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor Gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, B.S. 25 februari 2003, opgeheven door de nieuwe Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, B.S. 30 mei 2007.
  • Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, B.S. 30 mei 2007.
  • Decreet 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid, B.S. 23 september 2008.
  • Wet 28 juli 2011 tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, het Wetboek van vennootschappen en de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij teneinde te garanderen dat vrouwen zitting hebben in de raad van bestuur van de autonome overheidsbedrijven, de genoteerde vennootschappen en de Nationale Loterij, B.S. 14 september 2011.
  • KB 2 juni 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, B.S. 8 juni 2012.
  • Wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, B.S. 24 juli 2014.
  • KB van 18 november 2015 tot vaststelling van de samenstelling van de Commissie van experts, hun aanstelling en de vorm en concrete inhoud van het verslag dat voorgesteld moet worden tot uitvoering van artikel 52, § 3, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, B.S. 12 december 2015.

Nederland

  • Wet van 1 maart 1980, houdende aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, Stb. 1980, 86.
  • Wet van 2 maart 1994, houdende algemene regels ter bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat, Stb. 1994, 230.
  • Besluit gelijke behandeling van 18 augustus 1994, Stb. 1994, 657.
  • Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur, Stb. 1996, 391.
  • Wet van 7 november 2002 tot uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, Stb. 2002, 560.
  • Wet van 3 april 2003 tot vaststelling van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, Stb. 2003, 329.
  • Wet van 17 december 2003, houdende gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs, Stb. 2004, 90.
  • Wet van 24 november 2011, houdende de oprichting van het College voor de rechten van de mens, Stb. 2011, 606.
  • Wet van 21 mei 2015 tot wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling in verband met het annuleren van de enkele-feitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling, Stb. 2015, 243.
  • Wet van 14 april 2016 tot uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, Stb. 2016, 215.

Europese Unie

  • Richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, PB. L. 39, 14 februari 1976 zoals gewijzigd door Richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot wijziging van Richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, PB. L. 5 oktober 2002.
  • Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming, PB. L. 180, 19 juli 2000.
  • Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, PB. L. 303, 2 december 2000.
  • Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, PB. L. 737, 21 december 2004.

 

Rechtspraak

België

  • GwH. 13 januari 1994, nr. 1-94.
  • GwH 6 oktober 2004, nr. 157/2004.
  • Antwerpen 26 april 2007, B-Vision Group NV / Pearle Belgium NV, Jaarboek Handelspraktijken & Mededinging 2007, 478-482, noot J. STUYCK.
  • Voorz. Kh. Brussel 17 september 2008, Sociale dienst voor de plaatselijke en gewestelijke overheidsdiensten VZW / Vereniging Vlaamse Reisbureaus VZW, Jaarboek Handelspraktijken & Mededinging 2008, 65.
  • GwH 12 februari 2009, nr. 17/2009.
  • GwH. 2 april 2009, nr. 64/2009.
  • Brussel 15 februari 2011, Sociale dienst voor de plaatselijke en gewestelijke overheidsdiensten VZW / Vereniging Vlaamse Reisbureaus VZW, Jaarboek Marktpraktijken 2011, 60.
  • Arbrb. Tongeren (1e k.) nr. 11/2142/A, 2 januari 2013, Limb.Rechtsl. 2013, afl. 1, 55. Noot door K. ALIDADI, ‘Privaat neutraliteitsbeleid onder de loep’, Juristenkrant, 2013, nr. 263, 2.
  • Luik 4 november 2014 (onuitgegeven). Aangehaald in: VRIELINK, J. en SOTTIAUX, S., ‘Fitness-segregatie dan toch geen discriminatie: separate but equal?’, De Juristenkrant, 2014, nr. 299, 3.

Nederland

  • Oordeel College, 97-29 (datum onbekend). Aangehaald in: LOENEN, T., ‘Een wet zonder keuzes? Een beschouwing over de Belgische antidiscriminatiewet vanuit een Nederlands perspectief.’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 794.
  • Oordeel College van 21 december 2001, 2001-150.
  • Oordeel College van 21 september 2004, 2004-116.
  • Oordeel College 25 mei 2010, 2010-80.
  • Oordeel College van 16 december 2013, 2013-163.

Europees

  • EHRM 9 februari 1967, nr. 1474/62; 1677/62; 1691/62; 1769/63; 1994/63; 2126/64, Case ‘Relating to certain aspects of the laws on the use of languages in education in Belgium’ v. Belgium.
  • HvJ 4 februari 1988, nr. 157/86, Mary Murphy and others v An Bord Telecom Eireann.
  • HvJ 8 november 1990, nr. C-177/88, Elisabeth Johanna Pacifica Dekker v Stichting Vormingscentrum voor Jong Volwassenen (VJV-Centrum) Plus.
  • HvJ 27 oktober 1993, nr. C-127/92, Dr. Pamela Mary Enderby v Frenchay Health Authority and Secretary of State for Health.
  • HvJ 30 juni 1998, C-394/96, Mary Brown v Rentokil Ltd.
  • HvJ 10 maart 2005, nr. C-196/02, Vasiliki Nikoloudi v Organismos Tilepikoinonion Ellados AE.
  • HvJ 17 juli 2008, nr. C‑303/06, S. Coleman v Attridge Law and Steve Law.
  • HvJ 1 maart 2011, C-236/09, Test-Aankoop t. Raad.
  • HvJ 14 maart 2017, C-157/15, Achbita, Centrum voor Gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding / G4S Secure Solutions.

Internationaal

  • United Nations Human Rights Council 15 juli 2002, nr. 854/1999, Manuel Wackenheim v. France.

 

Literatuur

  • ADAMS, M., ‘Vrijheid en gelijkheid bij Ronald Dworkin. Een rechtsfilosofische excursie’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 115-146.
  • ADAMS, M., ‘Vrijheid of gelijkheid? De nieuwe Belgische antidiscriminatiewet en de soevereiniteit in eigen kring’, R&R, 2003, 89-96.
  • ALEXANDER, L., ‘Fair equality of opportunity: John Rawls’ (best) forgotten principle’, Philosophy Research Archives, 1986, vol. XI, 197-208.
  • ALEXANDER, L., ‘What makes discrimination wrongful? Biases, preferences, stereotypen and proxies’, University of Pennsylvania Law Review, 1992, vol. 141, 149-219.
  • ARNESON, R. ‘Against Rawlsian equality of opportunity’, Philosophical Studies, 1999, vol. 93, nr. 1, 77-112. (http://philosophyfaculty.ucsd.edu/faculty/rarneson/againstrawlsianeq.pdf)
  • ARNESON, R., ‘What is wrongful discrimination?’, San Diego Law Review, 2006, 775-808.
  • BANTON, M., ‘Discrimination entails comparison’, in LOENEN, T. en RODRIGUES, P. (eds.), Non-discrimination law: comparative perspectives, Den Haag, Kluwer Law International, 1999, 107-117.
  • BAYART, C. en BOSMANS, I., ‘De federale antidiscriminatiewetten en arbeidsbetrekking in de private sector’, in BAYART, C. en SOTTIAUX, S. e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 537-595.
  • BAYART, C. en DEITEREN, C., ‘Direct en indirect onderscheid’, in BAYART, C., SOTTIAUX, S. e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 171-225.
  • BEDI, S., ‘The scope of formal equality of opportunity: the horizontal effect of rights in a liberal constitution’, Political Theory, 2014, vol. 42, 716-738.
  • BREMS, E. en VRIELINK, J., ‘Een verschil tussen gekozen en ongekozen discriminatie?’, De juristenkrant, 23 december 2009, 12-13.
  • BUCHANAN, J. M. en CONGLETON, R., Politics by Principle, not Interest. Towards Non-discriminatory democracy, Indianapolis, Liberty Fund, 2003, 216p.
  • COLLEGE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, Jaarverslag 2015, Utrecht, 2015, 56p.
  • DE JASAY, A., ‘On treating like cases alike’, The Independent Review, 1999, vol. 4, 107-118.
  • DE PRINS, D., SOTTIAUX, S. en VRIELINK, J., Handboek discriminatierecht, Mechelen, Kluwer, 2005, 593p.
  • DE VOS, M., ‘Positieve actie en discriminatie in het Europese en Belgische discriminatierecht’, in C. BAYART, S. SOTTIAUX e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 297-332.
  • EPSTEIN, R. ‘Standing firm, on Forbidden Grounds’, San Diego Law Review, vol. 31, 1994, 1-56.
  • FOUBERT, P., ‘Basisconcepten van de wet bestrijding discriminatie en haar verhouding tot andere discriminatieregels’, in DE VOS, M. BREMS, E., BERNAUW, K. en DAMBRE, M. (eds.), De wet bestrijding discriminatie in de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 2004, 1-34.
  • FREDMAN, S., Discrimination law, Oxford, Oxford University Press, 2011, 348p.
  • GARDNER, J., ‘Discrimination as injustice’, Oxford Journal of Legal Studies, 1996, vol. 16, 353-367.
  • GERARDS, J. H., ‘Gronden van discriminatie – de wenselijkheid van open en gesloten opsommingen’, in BAYART, C., SOTTIAUX, S. e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 130-169.
  • GOLDSCHMIDT, J. E., ‘Back to the future – an Agenda for a More Equal Future’, in T. LOENEN en P. RODRIGUES, Non-discrimination law: comparative perspectives, o.c., 437-449.
  • GOLDSCHMIDT, J. en HENDRIKS, A., ‘Het gelijkheidsbeginsel en andere grondrechten in een veranderende samenleving’, NJB, 2003, afl. 25, 1277-1284.
  • HAYEK, F. A., Law, Legislation and Liberty. Vol. 3: The Political Order of a Free People, London, Routledge & Kegan Paul, 1979, 244p.
  • HERINGA, A.W., ‘Standards of review for discrimination. The scope of review by the courts’, in LOENEN, T. en RODRIGUES, P. (eds.), Non-discrimination law: comparative perspectives, Den Haag, Kluwer Law International, 1999, 25-37.
  • HIRSCH BALLIN, E., ‘Artikel 1 in drievoud’, NJb, 2003, afl. 25, 1285.
  • HOLMES, E., ‘Anti-discrimination rights without equality’, The Modern Law Review, 2005, vol. 68, 175-194.
  • HOLTMAAT, R. en RODRIGUES, P., ‘Discriminatie bezien vanuit juridisch perspectief. Naar een holistische benadering?’, in DAVIDOVIC, M. en TERLOUW, A. (eds.), Diversiteit en discriminatie. Onderzoek naar processen van in- en uitsluiting, Amsterdam, Amsterdam University Press, 2015, 125-148.
  • HOLTMAAT, R., ‘Stop de inflatie van het discriminatiebegrip! Een pleidooi voor het maken van onderscheid tussen discriminatie en ongelijke behandeling’, NJB, 2003, 1266-1276.
  • INTERFEDERAAL GELIJKEKANSENCENTRUM, Jaarverslag 2014, Brussel, 2014, 88p.
  • KHAITAN, T., A theory of discrimination law, Oxford, Oxford University Press, 2016, 262p.
  • KOPPELMAN, A., ‘Antidiscrimination Law and Social Equality, Report from the Institute for Philosophy & Public Policy, 1996, vol. 16, 1-7.
  • KOPPELMAN, A., ‘Should noncommercial associations have an absolute right to discriminate?’, Law and Contemporary Problems, 2004, vol. 67, 27-57.
  • LOENEN, T., ‘Een wet zonder keuzes? Een beschouwing over de Belgische antidiscriminatiewet vanuit een Nederlands perspectief.’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003,783-799.
  • MARTYN, G. en OPSOMMER, R., Geschiedenis van de politiek en van het publiekrecht, Brugge, Die Keure, 2011, 283p.
  • MOREAU, S., ‘The wrongs of unequal treatment’, in FARADAY, F. (ed.), Making equality rights real: securing substantive equality under the Charter, Toronto, Irwin Law, 2009, 31-71.
  • POPELIER, P., ‘Laten we allemaal vriendjes zijn! Over de antidiscriminatiewet en wetgevingsmethoden’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 245-286.
  • RAWLS, J., A theory of justice. Revised edition, Cambridge, Harvard University Press, 1999, 538p.
  • RÉAUME, D. G., ‘Discrimination and dignity’, Louisiana Law Review, 2003, vol. 63, 645-695.
  • RORIVE, I. en VAN DER PLANCKE, V., ‘Quels disposifs pour prouver la discrimination ?’, in BAYART, C. en SOTTIAUX, S. e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 423-461.
  • SCHMIDTZ, D., ‘Equal respect and equal shares’, Social Philosophy & Policy Foundation, 2002, 244-274.
  • SHIN, P., ‘Liability for unconscious discrimination? A thought experiment in the theory of employment discrimination law’, Hastings Law Journal, 2010, vol. 62, 1-27.
  • SOTTAUX, S., ‘De rechtvaardigingsgronden in het federale discriminatierecht’, in BAYART, C., SOTTIAUX, S. e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 227-257.
  • STORME, M. E., ‘Algemene discriminatiewet leidt onvermijdelijk naar politiestaat’, De Juristenkrant, 2002, nr. 57, 4.
  • STORME, M.E., ‘De weerslag van de juridisering op vrijheid en gelijkheid in de verhoudingen van de burgerlijke maatschappij’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 147-185.
  • TAELMAN, P., ‘Het handhavingsrecht van de wet bestrijding discriminatie’, in DE VOS, M., BREMS, E., BERNAUW, K. en DAMBRE, M. (eds.), De wet bestrijding discriminatie in de praktijk, o.c., 203-260.
  • THIERY, Y. ‘Verzekeren in tijden van gendergelijkheid - Een leidraad door rechtsonzeker gebied’, in BAYART, C., SOTTIAUX, S. e.a. (eds.), De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008, 755-796.
  • UNIA, Jaarverslag 2015, Brussel, 2015, 84p.
  • VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen – deel I, Antwerpen, Maklu, 2009, 665p.
  • VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen – deel II, Antwerpen, Maklu, 2009, 621p.
  • VANDE LANOTTE, J. en GOEDERTIER, G., Handboek Belgisch Publiekrecht, Brugge, Die Keure, 2010, 1530.
  • VANDER BEKEN, T., ‘Voor de sport: de strafrechtelijke aanpak van discriminatie vanaf 2003’, in DE VOS, M., BREMS, E., BERNAUW, K. en DAMBRE, M. (eds.), De wet bestrijding discriminatie in de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 2004, 261-276.
  • VANHEESWIJCK, G., ‘De horizontale werking van het discriminatieverbod. Een antropologische analyse’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 41-77.
  • VELAERS, J., ‘De antidiscriminatiewet en de botsing van grondrechten’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 327-387.
  • VELAERS, J., ‘De horizontale werking van het discriminatieverbod in de antidiscriminatiewet. Enkele constitutionele beschouwingen’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 287-326.
  • VERHAEGHE, P. en VAN DER BRACHT, K., ‘Praktijktesten: Van onderzoeksmethode naar beleidsinstrument tegen discriminatie?’, Sociologos, 2017, vol. 38, 182-200
  • VERMEULEN, B., ‘De verhouding tussen de vrijheidsrechten en de discriminatieverboden in de Nederlandse wet gelijke behandeling’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 801-819.
  • VERPLAETSE, J. en DELMOTTE, C., Basisboek ethiek en rechtsfilosofie, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2015, 243p.
  • VRIELINK, J. en SOTTIAUX, S. ‘Discriminatoire urinoirs: ‘potty parity’ in België’, De Juristenkrant, 26 oktober 2011, 3.
  • VRIELINK, J. en SOTTIAUX, S., ‘Discrimineert de Nederlandse discriminatiewet? De Nederlandse gelijkebehandelingswetgeving getoetst aan de rechtspraak van het Belgische Grondwettelijke Hof’, NTM/NJCM-Bull, 2011, nr. 2, 226-239.
  • VRIELINK, J. en SOTTIAUX, S., ‘Fitness-segregatie dan toch geen discriminatie: separate but equal?’, De Juristenkrant, 2014, nr. 299, 3.
  • VRIELINK, J., ‘Does Equality Law Make a Difference? Social Science Research on the Effect of Discrimination Law on (Potential) Victims’ in CUYPERS, D. en VRIELINK, J. (eds.), Equal is not enough, Cambridge, Intersentia, 2016, 117-133.
  • VRIELINK, J., ‘Gelijke behandeling in Nederland. Een bespreking van de Nederlandse Algemene Wet Gelijke Behandeling’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid. De horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2003, 757-781.
  • VRIELINK, J., ‘Van kinderen en badwater… Reactie op Matthias Storme’, De Juristenkrant, 2002, nr. 58, 2.
  • VRIELINK, J., SOTTIAUX, S. en DE PRINS, D., ‘De anti-discriminatiewet. Een artikelsgewijze analyse (Deel 1), De Juristenkrant, 2003, nr. 23, 258-275.
  • VRIELINK, J., SOTTIAUX, S. en DE PRINS, D., ‘De anti-discriminatiewet. Een artikelsgewijze analyse (Deel 2), De Juristenkrant, 2003, nr. 24, 294-306.
  • WAELKENS, L., ‘Oude wijn in nieuwe vaten, van de Romeinse vrijheid en gelijkheid naar het actuele discriminatieverbod’, in UFSIA, Vrijheid en gelijkheid: de horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, 2003, 13-39.
  • WALDRON, J., ‘Autonomy and perfectionism in Raz’s morality of freedom,’ Southern California Law Review, 1988-89, vol. 62, 1097-1152.
  • WENTHOLT, K., ‘Formal and substantive equal treatment: the limitations and the potential of the legal concept of equality’, in LOENEN, T. en RODRIGUES, P., Non-discrimination law: comparative perspectives, Den Haag, Kluwer Law International, 1999, 53-64.
  • WERTHEIMER, A., ‘Jobs, Qualifications and Preferences’, Ethics, 1983, 99-112.
  • WERTHEIMER, A., ‘Reflections on discrimination’, San Diego Law Review, 2006, vol. 43, 945-980.
  • WHITE, S., ‘Freedom of association and the right to exclude’, The Journal of Political Philosophy, 1997, vol. 5, 373-391.

 

Internetbronnen