CYBERPESTEN TUSSEN MINDERJARIGE LEERLINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS. FENOMEENANALYSE, JURIDISCHE KWALIFICATIE EN DE PREVENTIEVE WERKING VAN MAATREGELEN OP HET NIVEAU VAN HET JEUGDPARKET. EEN CASESTUDIE BIJ HET PARKET HALLE-VILVOORDE

David Hublé
Een studie van vijftig dossiers over cyberpesten toont aan dat de online-verwensingen bijzonder ver gaan tot het bevel tot zelfdoding toe. Het federaal parket steunt onze vraag om dat laatste strafbaar te stellen. De jeugdparketten dienen meer in te zetten op herstelbemiddeling, het versturen van waarschuwingsbrieven en het uitnodigen van minderjarige daders om hen te herinneren aan de wetgeving die op hun gedrag van toepassing is.

Maak online aanzetten tot zelfdoding strafbaar en zet meer in op preventie en herstel door de jeugdparketten bij cyberpesten

Je denkt dat je mooi bent, maar eigenlijk ben je lelijk en idioot. Je zou beter jezelf ophangen.

‘ra, ra, wie is da’, schrijft een minderjarige scholier onder een naaktfoto die hij van een minderjarig meisje in vertrouwen toegestuurd kreeg en achter haar rug op facebook zet.

Cyberpesterijen nemen de laatste jaren steeds agressievere vormen aan, tot het bevel om zelfmoord te plegen toe. Naaktfoto’s die minderjarige meisjes in het volste vertrouwen aan hun vriendje opsturen worden door datzelfde ‘vriendje’ te grabbel gegooid op het internet. Volgens het parket Halle-Vilvoorde vinden maandelijks zelfmoordpogingen plaats door tieners als gevolg van dergelijke uit de hand gelopen gevallen van sexting.

Hoe ver laten we het nog komen?

De Vlaamse scholierenkoepel vraagt zich op haar website terecht af ‘Hoe ver laten we het nog komen?’ Hoe goed bedoeld ook, volgens de Vlaamse scholierenkoepel lossen dansjes en polsbandjes tegen pesten het probleem niet op. Burgerinitiatieven zoals hackersgroepen die overheidswebsites platleggen na de zoveelste zelfmoord door een tiener of motorclubs als ‘Templars Against Child Abuse’ die gepeste scholieren afzetten en ophalen aan de schoolpoort zijn begrijpelijk maar vormen evenmin de juiste oplossing.

Wat werkt wél in de strijd tegen cyberpesten?

In het kader van deze scriptie werd getracht een antwoord te formuleren op de vraag wat wél werkt in de strijd tegen cyberpesten en werd onderzocht op welke wijze de jeugdparketten in samenwerking met de politiediensten een krachtdadige, doch preventieve en op herstel gerichte rol kunnen spelen. Daarvoor was het nodig het probleem vanuit verschillende invalshoeken te benaderen. Wij deden drie dingen: (1) het fenomeen cyberpesten vanuit een niet-juridische (criminologische) hoek bestuderen (Deel 1), (2) kijken hoe cyberpesten juridisch wordt omschreven in de wet (Deel 2) en (3) kijken hoe de politiediensten en het jeugdparket van Halle-Vilvoorde klachten van minderjarigen juridisch omschrijven en vooral wat er achteraf met die dossiers is gebeurd (Deel 3). Hierbij werd constant teruggekoppeld naar de eerste tweede delen van de scriptie. Daardoor krijgt de lezer een zeer diepgaand en praktisch inzicht in de problematiek. Dit is vooral interessant voor de onderwijssector in het algemeen en leerkrachten in het bijzonder. 

Burgerschapsvorming

De onderwijswereld heeft momenteel onvoldoende juridische kennis over de cyberpestproblematiek: (1) is dergelijk gedrag strafbaar? (2) welke weg moet door wie worden bewandeld om juridisch gevolg te geven aan een cyberpestdossier? Justitie zal in dergelijke zaken steeds het laatste woord hebben, of men dat nu wil of niet. Een argument te meer voor scholen en leerkrachten om zich te verdiepen in het fenomeen en oog te hebben voor hoe de bevoegde instanties cyberpestgedrag juridisch benaderen en afhandelen en deze kennis en inzichten over te dragen op de leerlingen. Deze kennisoverdracht is zeer belangrijk in het kader van burgerschapsvorming en zal een preventief effect hebben aangezien leerlingen met de neus op de wet worden gedrukt, wat een rem zal betekenen op het stellen van cyberpestgedrag.

Hiaat in de wetgeving

In een reactie op dit onderzoek in de media merkte de huidige minister van justitie terecht op dat de meeste vormen van cyberpesten reeds vallen onder de bestaande misdrijven uit het strafwetboek. Uit ons onderzoek kwam inderdaad naar voor dat voor cyberpesten in de wet geen aparte omschrijving kan worden gevonden, maar dat de meeste cyberpestvormen die in de criminologische literatuur worden beschreven kunnen worden ondergebracht onder de bestaande wettelijke bepalingen.

Voor één bepaalde vorm van cyberpesten is dit echter niet het geval: het aanzetten tot zelfdoding. De dossierstudie die wij hebben verricht bij het parket Halle-Vilvoorde wees uit dat de online conversaties tussen pesters en hun slachtoffers vaak enorm grof zijn en de verwensingen die de slachtoffers naar het hoofd geslingerd krijgen niet zelden gepaard gaan met het aanzetten tot zelfdoding. Het aantal tieners in binnen-en buitenland dat de laatste jaren zelfmoord heeft gepleegd ten gevolge van online pesterijen is onrustwekkend te noemen. Tijdens mijn onderzoek heb ik het meegemaakt dat een meisje op het punt stond zelfmoord te plegen. Gelukkig kon een parketmagistraat tijdens het opsporingsonderzoek net op tijd tussenkomen.

Dat hier kan worden gesproken over een ernstige hiaat in onze wetgeving werd in de media bevestigd door het federaal parket, dat onze vraag om het aanzetten tot zelfdoding strafbaar te stellen uitdrukkelijk steunt.

Wij kwamen tot het besluit dat het ontbreken van een specifiek wettelijk kader m.b.t. cyberpesten (zoals dat bijvoorbeeld bestaat in de VS) een ernstig nadeel inhoudt: er kunnen geen gerichte listings worden getrokken uit de databanken van de politiediensten en de parketten aangezien de term er niet in voorkomt. Zicht krijgen op de afhandeling van cyberpestdossiers door de gerechtelijke diensten is dan ook quasi onmogelijk is. Diverse parketten die we contacteerden noemden dit een ernstig probleem. Er kan dan ook worden geadviseerd om een aparte herkenningscode te laten toevoegen aan de dossiers, waardoor wél statistieken zouden kunnen worden getrokken. 

Meer inzetten op preventie en herstel door de jeugdparketten.

Minderjarige leerlingen uit het secundair onderwijs kunnen in België niet worden vervolgd voor cyberpesterijen aangezien zij vallen onder het jeugdrecht en niet onder het strafrecht dat op volwassenen van toepassing is. Een speciale afdeling van het parket zal zich dan ook inlaten met dergelijke dossiers. Er wordt gesproken over het jeugdparket. Tijdens dit onderzoek kwamen wij tot de conclusie dat de jeugdparketten o.b.v. de jeugdbeschermingswet over zeer waardevolle instrumenten beschikken om een preventieve en op herstel gerichte rol te spelen m.b.t. cyberpesten. Het jeugdparket kan concreet drie dingen doen als zij een klacht ontvangt: (1) een waarschuwingsbrief sturen aan de dader, (2) de dader mondeling herinneren aan de wetgeving die op zijn gedrag van toepassing is door hem uit te nodigen op het parket en (3) een herstelbemiddeling organiseren tussen de dader en het slachtoffer. In de praktijk wordt nog te weinig gebruik gemaakt van deze mogelijkheden. In geen enkel van de bestudeerde dossiers werd bijvoorbeeld een waarschuwingsbrief gestuurd aan de dader. De herstelbemiddelingsdiensten zijn vragende partij om nog meer beroep te doen op de mogelijkheid een herstelbemiddeling te organiseren. 

Bibliografie

Bibliografie

Wetgeving

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 4 november 1950, BS 19 augustus 1955. 

Richtlijn Europees parlement en de Raad nr. 95/46/EG, 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Pb.L. 23 november 1995, 0031-0050. 

Besluit Europees parlement en de Raad Nr. 1351/2008/EG, 16 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap betreffende de bescherming van kinderen die het internet en andere communicatietechnologieën gebruiken, Pb.L. 24 december 2008, 118-127.

Gecoördineerde Grondwet 17 februari 1994, BS 17 februari 1994.  

Strafwetboek 8 juni 1867, BS 9 juni 1867. 

Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit misdrijf veroorzaakte schade, zoals gewijzigd door de wet van 13 juni 2006.

Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Wet van 23 maart 2000 inzake de herziening van Titel II van de Grondwet, om nieuwe bepalingen in te voegen betreffende de rechten van het kind op morele, lichamelijke geestelijke en seksuele integriteit te verzekeren, BS 25 mei 2000.

Wet 11 juni 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, BS 22 juni 2002.

Wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).

Wet van 19 april 2014 houdende invoering van boek XI, “intellectuele eigendom” in het wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan voek XI in boeken I, XV en XVII van hetzelfde wetboek, BS 12 juni 2014, 44352.

Wet van 1 februari 2016 tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft.

Wetsvoorstel ingediend tot invoeging in het strafwetboek van een artikel 471bis teneinde aanzetting tot zelfmoord te bestraffen, Parl. St. Kamer 1996-97, nr. 1197/1, 1-5.

Voorstel van wet (C. VAN CAUTER e.a.) tot wijziging van het strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 54-0463/001/4.

Verslag van de hoorzittingen over het wetsvoorstel tot wijziging van het strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54-0463/003/11.

Amendementen (C. VAN CAUTER e.a.) op het wetsvoorstel tot wijziging van het strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54-0463/002/2.

Wetsvoorstel inzake de uitbreiding van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie tot minderjarigen, de medische hulp aan de patiënt die zelf een levensbeïndigende handeling stelt en de strafbaarstelling van de misdrijven die aanzetten tot en hulp bij zelfdoding, Parl. St. Senaat 2012-13, nr. 5-1947/1.

Vr. en Ant. Senaat, Vr. nr. 51-738, 4 juli 2005 (D. CASAER).

Vr. en Ant. Kamer, Vr. nr. 54-190, 6 februari 2016 (F. DEMON).

Vr. en Ant. Senaat, Vr. nr. 5-6412, 5 juni 2012 (H. BROERS).

Vr. en Ant. Senaat, Vr. nr. 4-5728, 7 december 2009 (F. SEMINARA). 

Vr. en Ant. Senaat, Vr. nr. 5-11146, 18 februari 2014 (G. DE PADT).

Vr. en Ant. Senaat, Vr. nr. 5-11146, 18 februari 2014 (G. DE PADT).

KB van 18 september 1992 ter bescherming van de werknemers tegen ongewenst seksueel gedrag op het werk, BS 7 oktober 1992.

Rechtspraak

Cass., 30 juni 1958, Pas. 1958, I, 1221.

Cass. 7 januari 1997, AR P.95.1312.N.

Cass. 3 februari 2004, AR P.03.1427.N.

Cass. 17 januari 2012, P.11.0871.N.

Cass. 6 februari 2013, AR P.2012.1650.F. 

Cass. 29 oktober 2013, AR P.13.1270.N.

Cass. 10 juni 2015, AR P.2015.0316.F.

Hvb. Gent 27 september 2016, NT 2015, 888.

Corr. Brussel 22 december 1999, A&M 2000, 134.

Corr. Brugge 18 april 2001, AJT 2001-02, 75.

Corr. Brussel 8 december 2004, nr. 53.99.825/04, Soc. Kron. 2005, afl. 8, 460.

Corr. Oudenaarde 9 september 2005, RABG 2006/12, 890.

Corr. Antwerpen 4 mei 2012, A&M, 2012, 481-484 (Noot D. VOORHOOF, 484-486).

Rb. Antwerpen 21 december 2000, De Juristenkrant 2001, afl. 22, 4.

Voorz. Rb. Brussel, 26 juni 2006, AR 2006/987/C.

Rb. Antwerpen 5 november 2008, NC 2010, 134-136 (noot Huybrechts, 136.).

Rb. Antwerpen 22 januari 2014, NC 2014, 327-328.

RECHTSLEER EN CRIMINOLOGISCHE LITERATUUR

BAUMAN, S., TOOMEY, R.B., WALKER, J.L., “Associations among bullying, cyberbullying, and suicide in high school students”, Journal of adolescence, 2013, 341-350.

BAUMAN, S. en NEWMAN, N.L., “Testing assumptions about cyberbullying: perceived distress associated with acts of conventional and cyberbullying”, Psychology of violence 2013, 27-38.

BEIRENS, L., “De politie uw virtuele vriend? Nadenken over een beleidsmatige aanpak van criminaliteit in virtuele gemeenschappen in cyberspace.” Orde van de Dag 2010, afl. 49, 51-55.

BREWAEYS, E., “Persmisdrijf via internet”, NJW 2014, 408-412.

BROUWERS, B., “Jeugdsanctierecht in Europa: is uithandengeving een evidentie?, Jura Falconis 2007-08, 4-8.

CHADWICK, S., Impacts of cyberbullying, building social and emotional resilience in schools, London, Springer, 2014, 89 p.

CHEN, L.M. en CHENG, Y.Y., “Perceived severity of cyberbullying behaviour: differences between genders, grades and participant roles”, Educational psychology 2016, 3.

CORCORAN, L., MCGUCKIN, C. en PRENTICE, G., “Cyberbullying or cyberagression: a review of existing definitions of cyber-based peer-to-peer agression”, Societies 2015, 245-255.

D’HAESE, W., “De bevoegdheid van het stellen van daden van opsporing binnen een schoolcontext.”, TORB 2011-2012, 38-42.

De Crain, C., “De nood aan een handelingsprotocol op school voor de bescherming van de integriteit van het kind”, TORB, 2011-2012, 16-23.

DENYS, E., “Awel, ik zie het niet meer zitten.”, TJK 2014, 189-196.

DE SMET, B., “Vijftig jaar jeugdbescherming: strafrechtelijke perspectieven.”, Nullum Crimen 2015, afl. 4, 235-285.

DIERICKX, A. “Hoe ver reikt de bescherming van de strafbepalingen van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting?”, Nullum Crimen 2006, 95-108.

GIBB, Z.G. en DEVEREUX, P.G., “Who does that anyway? Predictors and personality correlates of cyberbullying in college”, Computers in Human Behaviour 2014, 8-16

GOODBOY, A.K. en MARTIN, M.M., “The personality profile of a cyberbully: examining the dark triade’, Computers in human behaviour 2015, 2-15.

HEIDEN, S. en MAES, K., “Recht uit het veld”, TJK 2008, 144-146.

KERSTENS, J. en VEENSTRA, S., “Cyberpesten vanuit een criminologisch perspectief”,  Panopticon 2013, Afl. 4, 375-393.

KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT, “het negende jaarverslag van het kinderrechtencommissariaat”, TJK, 2008, 82-8

KOWALSKY, M., SCHROEDER, A.N., GIUMETTI W.G., en LATTANNER, M.R., “Bullying in the digital age: a critical review and meta-analysis of cyberbullying research among youth”, Psychological Bulletin 2014, 1073-1137.

LANCKSWEERDT, E., “Bemiddeling in het onderwijs en burgerschapsvorming”, TORB 2016-17, 5-16.

LAUWERS, G., “Naar een opleidingsonderdeel in de nascholing voor onderwijzend personeel over het juridisch kader van toepassing op probleemsituaties op school”, TORB 2011-12, 121-124

LIEVENS, E., “Bullying and sexting in social networks from a legal perspective: between enforcement and empowerment.” 4.

LOWRY, P.B., WANG, C., ZHANG, J. en M. SIPONEN, ”Why do adults engage in cyberbullying ons social media? An integration of online desinhibition an deindividuation effects with the social structure and social learning (SSSL) model, Information Systems Research 2016, 241-255.

MISHNA, F., CRAIG, DACIUK W.J. en WIENER, J., “Prevalence, motivations, and social, mental health and health consequences of cyberbullying among school aged children and youth: protocol of a longitudinal and multi-perspective mixed method study”, JMIR Res Protoc 2016, 1-11.

Noorlander, C.-N., “De zorgplicht voor een veilig schoolklimaat naar Nederlands onderwijsrecht”, TORB 2011-2012, 110-120.

OP DE BEECK, H., “De maatschappelijke rol van (criminologische) onderzoekers vanuit een kinderrechtenperspectief. Een moeilijke evenwichtsoefening?”, TJK 2012, 126-144.

ORTEGA-BARON, J.O., BUELGA, S. en Cava, M.J. “The influence of school climate and family climate among adolescent victims of cyberbullying”, Media Education Journal 2016, 53-65.

ORTEGA, R., ELIPE, P., MORA-MERCHAN, J.A, GENTA, M.L., BRIGHI, A., GUARINI, A., SMITH, P.K, THOMPSON, F., TIPETT, N., “The emotional impact of bullying and cyberbullying on vitims: a European cross-national study”, Agressive behaviour, 2012, volume 38, 342-356.

O’SULLIVAN, P.B. en GLANAGIN, A.J. “An interactional reconceptualization of flaming and other problematic messages”, http//:My.ilstu.edu/-posull/flaming.htm

PATCHIN, J.W. en HINDUJA S., “Bullies move beyond the schoolyard. A preliminary look at cyberbullying”, Youth violence and juvenile justice 2006, 152-163.

PERREN S., MCGUCKING C., COWIE H., en SMAHEL D., “Coping with cyberbullying: a systematic literature review. Final report of the COST IS 0801 Working Group 5.”, 2012, 19-25.

POZZA, V.D, PIETRO, A.D., MOREL, S. en PSAILA E., Cyberbullying amoung young people. Study for the Libe Committee, European Parliament, Directorate General For internal policies, citizin’s rights and constitutional affairs, Brussel, 2016, 191 P.

ROZIE, J., “Zelfdoding en strafrecht: het taboe doorbroken.”, RW 2013-14, 282-303.

SMETS, S., “De doorwerking van het kinderrechtenverdrag in de rechtspraak van het EHRM”, TJK 2013, 82-89.

STEVENS, L., “Stalking strafbaar”, RW 1998-99, 1377-1380.

SMITH, P.K., MORITA, Y., JUNGER-TAS, J., OLWEUS, D., CATALANO, R. en SLEE, P., The nature of school bullying. A cross-National Perspective, London, Routledge, 1999, 330 p.

SMITH, P.K., TIPPETT, N., MAHDIVA, J., “Cyberbullying: its nature and impact in secundary school pupils”, Journal of child Psychology and psychiatry 2008, 376-385.

TURTELBOOM A., “Jongeren en geweld”, TORB 2012-13, 62-63.

VALCKX, S. en LAUWERS, G., “Een verkennende studie naar de doorwerking van het verdrag inzake de rechten van het kind in het pestbeleid op basisscholen.”, TORB 2012-2013/1, 40-55.

VAN CLEEMPUT, K., LIEVENS, E. en PABIAN, S., “Een empirisch en juridisch perspectief op cyberpesten”, TJK 2016/1, 6-22.

VANDAELE, A., “Het internationaal verdrag inzake de rechten van het kind in het onderwijscontentieux.”, TORB 2006-07, 258-269.

VAN DAMME, A., PAUWELS, L. en VAN GOMPELAERE, M., “Traditioneel pestgedrag versus cyberpesten: een verkennende analyse van zelfgerapporteerd dader-en slachtofferschap”, Panopticon 2013, Afl. 6, 448-472.

VANDENBOSCH, H., en K. VAN CLEEMPUT, “Cyberbullying amoung younsters: profiles of bullies and vitims”, New media & society, 2009, 1349-1371.

VANOBBERGEN, B. en DE RYCKE, L., “Geweld, gemeld en geteld. Jongeren op zoek naar nuance.”, TORB 2011-2012, 7-15.

VAN RUMST, S., “Herstelbemiddeling in de nieuwe wet op de jeugdbescherming. De wettelijke verankering van een praetoriaanse praktijk”, TJK, 2006, 291-301.

VLAAMSE SCHOLIERENKOEPEL, “Polsbandjes en dansjes lossen pesten niet op: hoe ver laten we het nog komen?”, https://www.scholierenkoepel.be/artikels/polsbandjes-en-dansjes-lossen-….

VAN MOFFAERT, M., WAUTERS, D. en WAUTERS T., Psychiatrie, Gent, Academia Press, 1998, 252 p.

VAN VOLSEM, F., “Nogmaals over het materieel bestanddeel van het misdrijf belaging”, RAGB 2011, 2.

VASSEUR, R, “Belaging is niet langer een klachtmisdrijf.”, De Juristenkrant 2016, 14-23.

VERHELLEN, E., “Het verdrag inzake de rechten van het kind meerderjarig. Enkele beschouwingen over de implementatie in België.”, TJK 2008, 11-40.

VERMASSEN, J., Moordenaars en hun motieven, De Bezige Bij, 2004, 620 p.

WALRAVE, M., DEMOULIN, M., HEIRMAN, W. en VAN DER PERRE, A., Cyberpesten: pesten in bits & bytes, Brussel, observatorium van de rechten op het internet, 2009, 156 p.

WARNER, D. en RAITER M., “Social context in Massively-multiplayer online games (MMOG’s): ethical questions in shared space”, International review of infirmation ethics 2005, 47-56.

Krantenartikelen

BRASSER, B., “Sancties voor scholen die niets doen tegen pesten”, Metro, 22 juni 2016.

EECKHOUT, J., “Meisje (13) al twee jaar hard aangepakt, nu ook ouders belaagd”, Het laatste Nieuws, 29 september 2016.

KINTAERT, T., “Leraar doet mee met pesten van leerling”, Het laatste Nieuws, 15 februari 2015.

OP DE BEECK, H., “Meisje van 16 stapt uit het leven nadat internetpesters haar vragen zelfmoord te plegen”, Het Laatste Nieuws, 12 december 2012.

PROVOOST, E., “Terug naar school zonder angst voor pesterijen.”, Het Laatste Nieuws, 25 augustus 2014.

REYNEBEAU, M., “Happy slapping is rage geworden”, De Standaard, 25 maart 2006.  

ROZIE, J., “Waar naartoe met het klachtmisdrijf?”, RW 2015-16/41, 1603-1609.

VEREYCKEN, S., “Week tegen pesten: het komt op elke school voor, ook al beweren directies van niet.”, Het Laatste Nieuws, 17 februari 2017.

VERHAERT, W., “Bejaarden pesten elkaar nog meer dan kinderen”, Gazet van Antwerpen, 5 oktober 2009.

VLEMINGS, J., “Aantal klachten over pesten op het werk stijgt jaar na jaar.”, Het laatste Nieuws, 28 juli 2012.

VAN DER ZEYPEN, T. en WERTELAERS, K., “Verplegers maken bejaarden belachelijk op facebook: ‘mama’s haren extra in de war gelegd voor foto’”, Het Laatste Nieuws, 12 september 2016.

VEREYCKEN, S., “Sexting leidt tot ernstige depressies bij jongeren', Het Laatste Nieuws, 13 mei 2015.

X, “Mishandelende partners leren dit door te pesten op school”, Het Laatste Nieuws, 7 juni 2011.

X, “Geen straf voor oud-leerling Da Vinci College Leiden vanwege spijbelen”, Omroep West, 29 september 2016.

X, “Elke week vijf zelfmoordpogingen onder studenten”, De Standaard, 2 februari 2016.

X, “Choquerende video brengt cyberpesten onder de aandacht”, Knack, 24 augustus 2013.

X, “Meisje (14) steekt klasgenoot met mes na cyberpesten”, Het Laatste Nieuws, 15 januari 2014.

X, “Pesten binnenkort geen klachtmisdrijf meer”, Het Laatste Nieuws, 23 februari 2016.

X, “Gerecht kan makkelijker optreden tegen pesten”, Het Laatste Nieuws, 10 maart 2016.

X, “Als zelfdoding zelfmoord wordt”, De Morgen, 8 november 2013.

X, “Belg haat (en houdt van) bumperkleven”, Het Laatste Nieuws, 28 januari 2015.

X, ‘Sportclubs strijden tegen pesten”, Het Laatste Nieuws, 10 maart 2016.

X, “Pesterijen tegen buren leveren man jaar voorwaardelijk op”, Het Laatste Nieuws, 28 juni 2016.

X, “Gepeste tiener (12) pleegt zelfmoord”, Gazet Van Antwerpen, 4 december 2015.

X., “Belgische tiener (16) pleegt zelfmoord na pesterijen op Ask.fm: stop met in het virtuele te leven”, Het Laatste Nieuws, 12 augustus 2014.

X., “Gepeste Kayleigh eist 2600 euro, pestkop Kacey weigert”, Het Laatste Nieuws, 28 december 2012.

X, “Hackersgroep viseert Milquet na zelfmoord Madison (14)”, Het laatste Nieuws, 16 februari 2016.

X, “Van een statement gesproken: bikers begeleiden gepest meisje naar school”, Het Laatste Nieuws, 9 augustus 2016.

X, “Scholen moeten meer tegen cyberpesten doen”, Het Laatste Nieuws, 27 februari 2014.

X, “Ook leerkrachten en directeurs pesten elkaar”, Het Laatste Nieuws, 24 oktober 2010.

X, “Weggepest door de directie.”, Klasse  voor leraren 1995, nr. 53, 1-2.

X, “1 op 9 leraren gepest”, Het Laatste Nieuws, 11 maart 2015.

X, “Zo bestrijdt jeugdbeweging pesten”, Het Laatste Nieuws, 19 februari 2017.

Reportages

Reportage telefacts, 03 september 2013.

Reportage karrewiet, 02 januari 2012.

Internetbronnen

http://www.mens-en-samenleving.infonu.nl/pedagogiek/59534-pesten-op-de-…

X, “Brief Information about Dan Olweus and OBPP History”, http://olweus.sites.clemson.edu/history.html

http://mediawijs.be/mediabank/klasse-confronteert-met-cyberpesten

www.internetslang.com

www.humo.be/humo-archief/265962/cyberpesten-slaat-diepere-wonden-dan-ge….

http://bullyproofclassroom.com/10-most-common-cyber-bullying-tactics.

https://www.youtube.com/watch?v=2opHq9mak8c

Https://wn.com/anti_social_media_cyberpersecution_trending

www.pesten.nl/nieuws/pesten-anno-2014-veel-erger-het-gaat-de-hele-dag-d….

http://www.wetboek-online.nl/wet/Wetboek%20van%20Strafrecht.html

Universiteit of Hogeschool
Master of laws - in de rechten
Publicatiejaar
2017
Promotor
Prof. Dr. G. LAUWERS
Kernwoorden