Analysis and modelling of population evolutions in rural areas.

Bram Vandeninden
Analyse van de bevolkingsevolutie in rurale gebieden in Europa. Eerst een ruimtelijke analyse, gevolgd door een statistische analyse en het opstellen van een model dat de bevolkingsevolutie naar de toekomst toe voorspelt.

Case study: rural population dynamics and rural abandonment in the Marne department.

Dertig kilometer tot dichtsbijzijnde supermarkt?

Voor mijn thesis onderzocht ik de bevolkingsevolutie in rurale gebieden in het Marne departement in Frankrijk. Dit aan de hand van (1) een ruimtelijke analyse van de bevolkingsevolutie, (2) een analyse van de verklarende factoren van de bevolkingsevolutie en (3) het ontwikkelen van een model dat de bevolkingsevolutie in rurale dorpen voorspelt voor de toekomst tot 2040.

Het Marne departement is een zeer dynamisch departement wat betreft bevolkingsevolutie, je hebt er zowel dorpen waar de populatie (sterk) toeneemt, als dorpen waar de populatie (sterk) afneemt (figuur 1). Dit maakt het Marne departement een ideaal studieobject om een bevolkingsevolutiemodel van op te stellen. De dorpen met een sterke ontvolking zijn meestal gelokaliseerd ver weg van steden.

Ik onderzocht het verband tussen de bevolkingsevolutie in een gemeente en mogelijke verklarende factoren (alsook de evolutie van deze factoren) zoals het tewerkstellingspotentiaal in de omgeving, het aantal voorzieningen (zoals een school of winkel) in de omgeving, de prijzen van huizen en bouwgrond alsook de relatie tussen de bevolkingsevolutie en de kenmerken van de bevolking (leeftijd en opleidingsniveau). Figuur 2 toont bijvoorbeeld de evolutie van de bevolking en het openen en sluiten van voorzieningen in Congy en Pogny.    

Het is zeer relevant om de ontvolking van rurale gebieden te onderzoeken. Een van de belangrijkste  redenen is dat een ontvolking in een gemeente vaak leidt tot een gereduceerde kwaliteit van leven voor de bewoners die achterblijven. Mensen vinden geen werk of moeten dagelijks enorm ver (verschillende uren) pendelen om hun werkplaats te bereiken. In verschillende dorpen moet je letterlijk meer dan 20 kilometer (soms bijna 30 km) rijden eer je de dichtstbijzijnde supermarkt bereikt, iets wat we ons in Vlaanderen moeilijk kunnen voorstellen. In een aantal rurale dorpen is er zelfs nog geen gsm-bereik. Ook tonen dorpen met een sterk dalende populatie vaak uiterlijke tekenen van verval zoals de verkrotting van huizen. Ook armoede komt er frequent voor en veel mensen, en dan vooral oudere mensen, zijn in deze dorpen ook vaak sociaal geïsoleerd en reageren dan ook eerder vijandig wanneer er buitenstaanders in het dorp zijn. In een aanzienlijk deel kleine rurale dorpen in het Marne departement haalde het extreemrechtse Front National gemakkelijk meer dan 60% van de stemmen bij verschillende recente verkiezingen in Frankrijk (zowel lokale als nationale verkiezingen).

De voornaamste oorzaken van rurale ontvolking zijn een afname in tewerkstelling in de landbouwsector en de industriële sector. De dorpen die gekarakteriseerd waren door een hoog percentage landbouw en in mindere mate een hoge percentage industrie ondervonden meestal een sterkere daling van de bevolking (figuur 3). De push-factors die mensen uit de dorpen verdrijven zijn voornamelijk een laag tewerkstellingspotentiaal voor werkende mensen en een laag aantal voorzieningen in de nabijheid voor gepensioneerden. Eenmaal de ontvolking is ingezet, heeft dit een zelf-versterkend effect: in dorpen die ontvolken zullen een aantal voorzieningen sluiten, waardoor de dorpen nog minder aantrekkelijk worden om in te blijven wonen of om naartoe te verhuizen. De pull-factoren die mensen aantrekken naar andere plaatsen zijn voornamelijk een hoger tewerkstellingspotentiaal, meer voorzieningen en lage huizenprijzen. Het feit dat huizenprijzen vaak laag zijn in dorpen die aan het ontvolken zijn, vertraagt het proces van rurale ontvolking.

Er is ook een duidelijke link tussen de kenmerken van de bevolking en de migraties: er is een heel duidelijk verband tussen (1) het aantal migraties en (2) het type migratie (vb. van platteland naar stad of van platteland naar platteland) en enerzijds de leeftijd en anderzijds het opleidingsniveau. Het opleidingsniveau is belangrijker dan de leeftijd in het verklaren van het verband tussen de kenmerken van de bevolking en de migratietypes en aantal migraties. Universitairen verhuizen het vaakst en heel vaak van het platteland naar de stad terwijl mensen zonder diploma van de middelbare school het minst vaak migreren en wanneer ze migreren vaak verhuizen van de stad naar het platteland of van het platteland naar een andere plaats op het platteland (figuur 4).

Op basis van alle gegevens en analyses heb ik een model opgesteld dat de toekomstige bevolkingsevolutie in rurale dorpen in het Marne departement voorspeld. Dit model is gekalibreerd en  gevalideerd door ook de bevolkingsevolutie tussen 1982 en heden te simuleren. Vervolgens is de populatie gesimuleerd tot en met 2040. Mijn model voorspeld dat de afname van de bevolking zal accelereren in de toekomst: tot 2025 blijven er gemeenten met een (sterk) dalende en (sterk) stijgende populatie, maar tegen 2040 zal de bevolking dalen in de overgrote meerderheid van rurale dorpen (figuur 5).

Het model dat ik ontwikkeld heb laat ook toe om potentiële beleidsbeslissingen en andere ‘events’ te evalueren. Zo is er op figuur (6) te zien dat de populatie anders evalueert in het geval dat de school sluit vergeleken met de situatie waarin de school openblijft in Binson-et-Orquigny.

Momenteel is er een voornamelijk Europees subsidiebeleid dat focust op landbouw.  Voor de toekomst is een meer structureel beleid en een lange termijnvisie, alsook een publiek debat over de toekomst van de rurale dorpen, sterk aangewezen.  

Verschillende opties zijn mogelijk:

  • Gelijk blijven investeren in alle dorpen met het voordeel dat lokale inwoners kunnen blijven indien ze willen, maar met als nadeel dat hun levenskwaliteit zeer waarschijnlijk gereduceerd wordt door geen of gebrekkige voorzieningen en geen of weinig tewerkstelling in de omgeving.
  •  Investeren in een aantal rurale gebieden en de rurale gebieden die er het slechtst aan toe zijn onder gecontroleerde omstandigheden laten ontvolken (bijvoorbeeld door subsidies te geven aan mensen, vooral ouderen, om het dorp te verlaten en te verhuizen naar dorpen met meer voorzieningen en een daaruit volgende betere levenskwaliteit).
  • Conversie van rurale dorpen naar toeristische trekpleisters, waardoor het aantal voorzieningen in die betreffende dorpen stabiel blijft of stijgt en tegelijkertijd ook de druk van het massatoerisme in grote steden verlicht wordt.

Er zijn dus oplossingen mogelijk om de negatieve gevolgen van ontvolking op de achterblijvende populatie te voorkomen en reduceren en het lijkt aangewezen om een gestructureerd lange-termijn plan op te stellen met een duidelijke descriptie van de toekomstige bestemming van elk ruraal dorp.

Bibliografie

De Bibliografie is bijgevoegd bij het scriptiebestand zelf. De bibliografie is opgenomen in het pdf bestand van de scriptie (achteraan). 

 

Universiteit of Hogeschool
Master of Geography - Master of Science
Publicatiejaar
2017
Promotor
Anton van Rompaey
Kernwoorden
Bram